Uitdagingen rond waterstofnetwerk en -opslag
Hynetwork (een dochteronderneming van Gasunie) werkt hard aan de aanleg van het landelijke waterstofnetwerk. Dit netwerk vervoert gasvormige waterstof via leidingen. De aanleg gaat langzamer dan oorspronkelijk gepland. Nederland blijft in het waterstofnetwerk investeren, zodat Hynetwork het volgens plan kan aanleggen. “Het netwerk is onmisbaar voor zowel producenten als bedrijven die waterstof willen afnemen", zegt Brouwer. “Bedrijven moeten zekerheid krijgen dat het netwerk er komt. En dat het gebruik ervan betaalbaar is. Anders lopen ze te veel risico als ze in waterstof investeren.”
Duurder dan verwacht
Op dit moment krijgt Hynetwork subsidie. Dit geld dekt de verliezen die Gasunie maakt bij het ontwikkelen van het waterstofnetwerk. Er wordt een systeem ingevoerd met tarieven voor de bedrijven die het netwerk gaan gebruiken. Via deze tarieven betaalt Hynetwork de kosten voor het aanleggen, onderhouden en laten functioneren van het netwerk. Maar die kosten blijken hoger uit te vallen dan verwacht. Dit heeft gevolgen voor de eerste bedrijven die aansluiten: “Als de aanlegkosten heel hoog zijn en er in het begin nog weinig gebruikers zijn, betaalt die kleine groep erg veel.”
Werken aan betaalbare en voorspelbare tarieven
“We willen voorkomen dat de tarieven in de beginperiode bedrijven afschrikken”, zegt Brouwer. Daarom werkt Nederland samen met Gasunie aan een oplossing: “We willen de netkosten spreiden over een langere periode. En voor een deel verschuiven naar een fase waarin er meer gebruikers van het transportnet zijn. Dit zorgt ervoor dat de netkosten zich meer gelijkmatig ontwikkelen. Deze aanpak heet intertemporele kostenverdeling. Zo blijven de transporttarieven voor de eerste gebruikers betaalbaar en voorspelbaar. En kunnen ze goede keuzes maken over investeringen.”
Rapport over kosten waterstofnetwerk
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het ministerie van Financiën en Gasunie laten nu onderzoeken hoe de spreiding van de netkosten werkt. Het rapport bekijkt hoe we de kosten kunnen verdelen over de tijd. In het begin wordt er namelijk verlies gemaakt. En dat verlies moet tijdelijk financieel gedekt worden. Naar verwachting krijgt de Tweede Kamer hier vóór de zomer informatie over.
Waterstof opslaan
Nederland werkt ook aan opslaglocaties voor waterstof, in zoutcavernes diep onder de grond. Dat gebeurt bij Zuidwending in Groningen, dicht bij de Duitse grens. Daarmee creëren we ruimte voor alle waterstof die nodig is om ons land duurzamer te maken. “In de toekomst produceren én importeren we hernieuwbare waterstof. Maar vraag en aanbod zijn niet altijd gelijk”, legt Brouwer uit. “Als we onder de grond opslaan wat we niet meteen gebruiken, kunnen we het op een later moment alsnog inzetten.”
Opslaglocaties vastleggen
“Op dit moment werkt Gasunie aan het Hystock project. Dit project maakt de eerste 4 cavernes klaar voor opslag”, vertelt Brouwer. “Maar er is ook op tijd duidelijkheid nodig over volgende cavernes.” Om op tijd genoeg hernieuwbare waterstof op te kunnen slaan, is het belangrijk om hier al aan te werken. “Het is technisch veeleisend om deze locaties te bouwen. Het klaarmaken van een caverne duurt ongeveer 10 jaar. We bereiden op tijd de besluitvorming voor. Zo hebben we genoeg opslagruimte wanneer de waterstofmarkt goed op gang komt.”
Samenwerken met landen voor waterstofimport
“Nederland werkt aan banden met verschillende landen die in de komende jaren veel waterstof gaan produceren. Onder andere voor export”, vertelt Brouwer. Dan gaat het om landen als India, Saoedi-Arabië, Brazilië, Canada en Oman. Maar ook landen uit Afrika en Europa. “In de toekomst is alleen productie binnen ons eigen land niet genoeg om aan de verwachte vraag naar waterstof te voldoen. Daarom is het nuttig als Nederland waterstof kan importeren uit een brede groep landen die hier veel van kan produceren.”
Waterstof van ver kan concurreren met eigen waterstof
Een aantal van deze landen ligt ver weg. Toch is import uit deze regio’s aantrekkelijk. “Deze landen hebben veel ruimte. En kunnen makkelijk en tegen een lage prijs hernieuwbare energie maken. Saoedi-Arabië heeft veel meer zon en wind dan Nederland. En Canada heeft wind en waterkracht. “De transportkosten maken de prijs hoger. Maar omdat hernieuwbare energie in die landen goedkoper is, kan de prijs van geïmporteerde waterstof concurreren met de prijs van Nederlandse waterstof.”
Niet afhankelijk van één land
Bedrijven die waterstof inkopen, willen graag kunnen importeren uit meerdere landen. Dit voorkomt dat we in de toekomst te afhankelijk zijn van maar één verkoper. Wanneer één land geen waterstof meer kan verkopen, heeft Nederland dan alsnog genoeg energie van andere partners. Brouwer: "Op dit moment zijn er veel spanningen tussen landen. Dat heeft ook effect op de levering van energie. We zien nu hoe belangrijk het is om niet afhankelijk te zijn van één of enkele landen waar beperkingen rond export kunnen ontstaan.”
Waterstofdragers maken import makkelijker
Import per schip gebeurt naar verwachting in de vorm van vloeibare waterstof of waterstofdragers. Dat zijn stoffen waaraan je waterstof kan binden, zoals methanol en ammoniak. Dit maakt transport en opslag van waterstof makkelijker. Waterstofdragers nemen namelijk minder ruimte in dan waterstofgas.
In de beginjaren komt de waterstof die we importeren vaak naar Nederland in de vorm van ammoniak. “Om het te vervoeren, zet een fabriek de gasvormige waterstof om naar ammoniak. Deze waterstofdrager hoef je niet altijd terug om te zetten naar waterstof”, vertelt Brouwer. Dat komt omdat sommige bedrijven stoffen zoals ammoniak direct gebruiken. “Bijvoorbeeld voor de productie van kunstmest."
Import via leidingen en in vloeibare vorm
Als er in de toekomst waterstofleidingen zijn die Europese landen verbinden, kunnen ze waterstofgas ook op die manier importeren en exporteren. Daarnaast is het mogelijk om waterstof vloeibaar te maken door het af te koelen. Brouwer: “We kunnen vloeibare waterstof ook per schip vervoeren. Daarnaast kunnen we het direct gebruikten als brandstof voor bijvoorbeeld vliegtuigen en vrachtwagens.
Al rond 2030 veel import
“Een paar landen kunnen al rond 2030 grote hoeveelheden waterstof leveren”, vertelt Brouwer. Maar hier is nog wel wat voor nodig: “Denk aan importterminals. Daarin kunnen we waterstof in opslaan die uit andere landen per schip aankomt. Een deel gaat door naar buurlanden. Bijvoorbeeld via binnenvaart of spoor. Ook moeten er fabrieken komen die ammoniak omzetten naar waterstof.”
Onderzoek naar waterstofimport: bijdrage van overheid en markt
Het ministerie laat onderzoeken wat nodig is om Nederland klaar te maken voor waterstofimport. Het rapport geeft antwoord op de vragen:
- Hoeveel geld kosten de voorzieningen die nodig zijn?
- Wat kan de markt zelf betalen?
- Waar hebben bedrijven steun nodig van de overheid?
Naar verwachting geeft het ministerie vóór de zomer van 2026 meer informatie over het onderzoek.
Europese waterstofdoelen
In 2026 blijft Nederland hard werken aan de Europese doelen voor waterstof(dragers). Deze doelen stellen vast hoeveel hernieuwbare waterstof lidstaten moeten gebruiken. “Veel Europese landen lopen tegen problemen aan. De markt komt langzaam op gang. Hierdoor zien we nu al dat het een grote uitdaging wordt om de doelen voor 2030 of 2035 te halen”, vertelt Brouwer. “Tegelijk zijn die verplichtingen heel belangrijk voor een gegarandeerde vraag naar waterstof. Want zonder vraag ontstaat er geen markt.”
Verplichting voor leveranciers van brandstoffen
Nederland rekent deze Europese doelen door aan sectoren die veel waterstof gebruiken. Zij moeten een deel van hun energiegebruik verduurzamen. Ze zijn verplicht dit te doen door hernieuwbare waterstof te gebruiken in plaats van waterstof die met aardgas is geproduceerd. Zo hebben waterstofproducenten gegarandeerd klanten. “Sinds 1 januari 2026 is er een verplichting voor de mobiliteitssector”, vertelt Brouwer. “Olieraffinaderijen moeten hernieuwbare waterstof gebruiken voor de productie van brandstoffen zoals benzine. Zij rekenen de extra kosten die ze maken door aan de automobilist. Het effect op de prijs bij de pomp is zeer bescheiden.”
Ook industrie moet meer hernieuwbare waterstof gebruiken
Voor de industrie komt ook een verplichting. “We bereiden nu een wetsvoorstel voor. Volgens deze nieuwe wet moeten industriële bedrijven ieder jaar meer hernieuwbare waterstof gebruiken”, vertelt Brouwer. Het wetsvoorstel gaat binnenkort naar de Tweede Kamer.
Uiteindelijk ook verplichtingen voor scheep- en luchtvaart
“Het is belangrijk dat verplichtingen realistisch zijn. Ze moeten stap voor stap opbouwen. Ook is het belangrijk dat ze voor langere tijd gelden, zodat sectoren zich erop in kunnen stellen. Bedrijven doen ten slotte vaak investeringen voor een periode van zeker 15 jaar”, zegt Brouwer. Daarom zet Nederland zich in voor Europese verplichtingen die voor een lange periode vaststaan. Niet alleen voor industrie en wegverkeer, maar ook voor de scheep- en luchtvaart. “Uiteindelijk zijn verplichtingen voor al die sectoren belangrijk. Zo ontstaat er extra vraag naar hernieuwbare waterstof. Voor deze sectoren is dat onmisbaar om bij te dragen aan het halen van klimaatdoelen.”
Meer speelruimte binnen Europese regels
Het is voor Nederland soms moeilijk om te voldoen aan de eisen van de Europese Commissie. “Op een aantal punten zijn Europese regels voor hernieuwbare waterstof onhandig voor Nederland”, zegt Brouwer. Een voorbeeld: een bedrijf gebruikt hernieuwbare waterstof gemaakt met elektriciteit van een windpark op zee. Dit windpark krijgt subsidie van de overheid. In deze situatie telt de hernieuwbare waterstof dan niet mee voor het Europese doel. Zo’n regel is niet handig wanneer subsidie nog steeds nodig is om windparken op zee uit te breiden.” Daarom wil Nederland dat de Europese Commissie die knelpunten in de regels oplost. “We hebben hiervoor steun van meerdere lidstaten.”
Gebruik van koolstofarme waterstof bij de overstap op duurzame energie
Sommige delen van de industrie kunnen niet meteen overstappen naar hernieuwbare waterstof. Daarom ondersteunt Nederland ook bepaalde vormen van koolstofarme waterstof:
- Waterstof geproduceerd uit aardgas met CO2-opslag. De producent slaat de CO2 die vrijkomt op onder de grond. Bedrijven hebben de laatste jaren al investeringsbeslissingen genomen op dit gebied. Deze zorgen op korte termijn voor meer dan 3 megaton CO2-reductie.
- Waterstof geproduceerd uit restafval. Het gaat dan om niet-recyclebaar huisafval en plastics. Deze vorm van koolstofarme waterstof vermindert onze afhankelijkheid van geïmporteerd aardgas. De overheid ondersteunt de productie met subsidies.
- Waterstof geproduceerd uit verduurzaamde restgassen uit de petrochemie. Deze vorm biedt de meeste kansen voor extra CO2-reductie op korte termijn.
In de actualisatie van het NPE gaat het kabinet in op de rol van koolstofarme waterstof bij de verduurzaming van Nederland. Deze actualisatie verschijnt uiterlijk met Prinsjesdag.
Meer informatie