Waterstof wereldwijd: internationale groei, kansen en uitdagingen

22-03-2024
904 keer bekeken 0 reacties

De waterstofsector groeit snel, ook op internationaal niveau. Welke kansen en uitdagingen brengt dit met zich mee? Wij spreken Carla Robledo en Rodrigo Pinto Scholtbach van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Carla werkt sinds 5 jaar als beleidsmedewerker in het waterstofteam bij het ministerie van EZK. Ze richt zich vooral op internationale zaken, met focus op relaties met Latijns-Amerika, Canada, de Verenigde Staten en Spanje. Ze vertegenwoordigt Nederland in organisaties als het Hydrogen Technology Collaboration Programme van het International Energy Agency (IEA) en het waterstofinitatief van het Clean Energy Ministerial (CEM). Ze werkt samen met Rodrigo in 2 werkgroepen van het CEM.

Rodrigo is senior coördinerend medewerker waterstof EU-zaken bij de directie Energiemarkt van het ministerie van EZK. Hij werkt al 22 jaar voor dit ministerie en begon ooit op het gebied van (vloeibaar gemaakt) aardgas. Hij houdt zich nu al 18 jaar bezig met energie en is vanaf het begin betrokken bij het waterstofteam.

Hoe verliep de internationale ontwikkeling van waterstof de afgelopen jaren?

Rodrigo: Toen het waterstofteam net bestond, was het thema nog relatief klein en gaven we vooral aandacht aan nationale kwesties. We ontwikkelden de Kabinetsvisie voor waterstof. Deze visie was ambitieus, vanwege de verwachte rol van hernieuwbare waterstof bij het verminderen van CO2-uitstoot in de industrie en transportsector.

Sinds 2019 groeit de belangstelling voor waterstof vanuit de industrie, beleidsmakers en de Europese Commissie (EC). Tijdens deze periode zijn er verschillende visies en strategieën gemaakt, die voor een deel zijn omgezet in wetgeving.

Carla: Het initiatief RepowerEU is hier een voorbeeld van. De EC lanceerde dit als reactie op de energiecrisis. Het is vooral bedoeld om Russisch gas te vervangen door meer in te zetten op energiebesparing, hernieuwbare energie en het uitbreiden van de afkomst van energiedragers, waaronder waterstof. Hierbij kondigde de EC een ambitie aan om in 2023 10 megaton zelf te willen produceren, en daarnaast 10 megaton te importeren. Het belang van import naar Nederland en Europa groeide hierdoor: importeren gaat nodig zijn om delen van de industrie en transportsector te helpen vergroenen.

Om het importbeleid van waterstof te versterken, werd er vorig jaar een Kamerbrief over energiediplomatie en import van waterstof gestuurd naar de Tweede Kamer.

Kunnen jullie meer vertellen over deze Kamerbrief?

Rodrigo: Deze Kamerbrief kan je zien als het beleidskader waarin wij werken. Dan gaat het over Europese samenwerking, samenwerking tussen 2 landen (bilateraal) en tussen meerdere landen binnen en buiten Europa (multilateraal).

We gebruiken verschillende instrumenten om het beleid uit de brief uit te voeren. Denk aan economische missies, matchmaking, op pad gaan met staatsdeelnemingen (dit zijn bedrijven die belangrijk zijn voor de maatschappij en waar de overheid een investering in heeft) en werkbezoeken van ministers en de koning.

Binnenkort volgt er een update van deze Kamerbrief. Houd daarvoor de nieuwspagina van het Nationaal Waterstof Programma in de gaten.

Jullie organiseren ook matchmakingsessies. Wat houdt dit in?

Rodrigo: Vorig jaar organiseerden we een matchmakingsessie op de World Hydrogen Summit, en afgelopen november ook een als onderdeel van het werkbezoek van de koning aan Noordrijn-Westfalen.

Carla: We willen bijvoorbeeld met landen in Noord- en Zuid-Amerika, in het Midden-Oosten en met Afrikaanse landen corridors opzetten. We zagen tijdens de handelsmissies dat de bedrijven in deze landen wilden weten wie de afnemers zijn en in welke vorm zij waterstof nodig hebben. Daarvoor zijn we matchmakingsessies gaan organiseren. De eerste sessie (georganiseerd door RVO) tijdens de World Hydrogen Summit 2023 is goed ontvangen door de toekomstige producenten in het buitenland en de mogelijke afnemers in Nederland. Dus dit jaar gaan we dat weer doen, maar dan groter en ook met afnemers uit Duitsland. Als we Nederland als een van de belangrijkste hubs in Europa willen neerzetten, moeten we ook afnemers uit omringende landen erbij betrekken.

De World Hydrogen Summit vindt ieder jaar plaats in Rotterdam. Waarom is dit evenement zo belangrijk voor Nederland?

Rodrigo: Samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken gaven wij RVO de opdracht om dit jaar co-organisator te zijn van het evenement. De hoofdorganisator is het bedrijf Sustainable Energy Council (SEC). De agenda van de minister op het gebied van waterstof is druk, dus als alle delegaties hiernaartoe komen, hoeven we niet zoveel naar het buitenland te gaan.

Vorig jaar trok het evenement 12.000 bezoekers. Dit jaar verwachten we 15.000 tot 16.000 mensen.

Carla: Het is wereldwijd een van de grootste waterstofevenementen en het deelnemersaantal groeit elk jaar. Dit evenement trekt bezoekers van over de hele wereld aan, waaronder overheidsdelegaties en bedrijven die betrokken zijn bij waterstofactiviteiten.

Dit jaar vind de World Hydrogen Summit plaats van 13 mei 2024 t/m 15 mei 2024 in Ahoy, Rotterdam. Je kan je hiervoor aanmelden via de evenementwebsite.

Een van de internationale activiteiten op het gebied van waterstof, zijn Memorandums of Understanding (MoU’s), in het Nederlands Memorandums van Overeenstemming. Wat is een MoU?

Carla: Dit is een overeenkomst tussen verschillende landen. In het geval van waterstof gebeurt dit altijd tussen 2 landen. Hoewel de afspraken niet bindend zijn, vertegenwoordigen MoU’s overeenkomsten over wat landen gezamenlijk willen bereiken tijdens een periode van meestal 3 tot 5 jaar.

Wat zijn de doelen van een MoU?

Carla: Een MoU heeft verschillende doelen, zoals:

  1. Kennisuitwisseling. Het is belangrijk om informatie te delen met andere landen. Hoe implementeren we beleid, wat doen andere landen en hoe kunnen we samenwerken? Ook is het belangrijk om import en export goed op elkaar af te stemmen.
  2. De opzet van import-exportcorridors. Dit zijn transportroutes tussen verschillende landen. Wij zorgen via MoU’s voor contact tussen landen en bedrijven, om zo de transportroutes op gang te brengen.

Rodrigo: MoU’s zijn soms ook onderdeel van economische missies. Laatst gingen we bijvoorbeeld naar Spanje. Dat was het vervolg van een eerder werkbezoek van de koning. Hij zet zich veel in voor waterstof. Daarvoor ging ook onze minister op bezoek. Hier ondertekende hij samen met de Spaanse minister een MoU over samenwerking op het gebied van waterstof.

Waarom zijn MoU’s belangrijk voor het bedrijfsleven?

Carla: Daar zijn verschillende redenen voor. Neem Spanje als voorbeeld. Voor bedrijven zijn dit soort afspraken nuttig om zeker te weten dat samenwerking met Spanje structureel gewenst is, omdat het een bijdrage levert aan de leveringszekerheid van ons land. Dit motiveert bedrijven om op zoek te gaan naar langdurige samenwerkingen in het land waarmee een MoU gesloten is.

Daarnaast spelen MoU’s een belangrijke rol bij aanvragen voor Europese subsidies, zoals een Project of Common Interest (PCI) of Important Project of Common European Interest (IPCEI). Bij gezamenlijke projecten binnen Europa wordt vaak gevraagd naar een overeenkomst tussen de betrokken landen, zoals een MoU. Zo kan je aan de EC aantonen dat er steun is vanuit beide landen.

Jullie doen werk voor het International Hydrogen Trade Forum (IHTF). Wat is dit voor platform en wat biedt het voor kansen voor de markt?

Rodrigo: Het IHTF bestaat uit 16 leden, waaronder 15 overheden en de EC. Het hoofddoel is het organiseren van een open dialoog tussen toekomstige exporterende en importerende landen. We staan aan het begin van een nieuwe internationale handel. Daarom is het belangrijk om een open, transparante en eerlijke wereldwijde waterstofmarkt te ontwikkelen waarbij belangrijke spelers betrokken zijn.

Het IHTF richt zich op concrete ontwikkelingen die nodig zijn om deze nieuwe markt van de grond te tillen. Denk aan discussies over certificeringssystemen en handelsmodellen. Elk land heeft een eigen visie op de rol van de overheid, markt, staatsdeelnemingen en nodige investeringen om corridors te kunnen ontwikkelen. Door dit te bespreken, ontstaan op termijn mogelijkheden om zaken te doen. Daarnaast worden er hierdoor strategische partnerschappen gevormd in deze nieuwe markt voor hernieuwbare energie.

Welke doelen heeft het IHTF?

Carla: Dat zijn er 3, namelijk:

  1. Dialoog mogelijk maken tussen importerende en exporterende landen. In de waterstofsector misten we een platform voor inclusieve gesprekken met landen uit bijvoorbeeld Afrika en het Midden-Oosten. Deze landen zijn belangrijk, want er is veel hernieuwbare energie (zon en wind). Hierdoor kan je op deze plekken waterstof goedkoop produceren. Er is daar wel vraag, maar er zijn ook veel exportkansen. Door een dialoog op te zetten, ontstaat er vertrouwen tussen landen en kunnen we in de toekomst een open, transparante en eerlijke handel ontwikkelen.
  2. Informatie verzamelen en verder brengen naar ministers en CEO’s. Verschillende internationale organisaties brengen rapporten en onderzoeken uit. Deze zijn vaak redelijk technisch van aard. Denk aan International Renewable Energy Agency (IRENA), het International Energy Agency (IEA), de World Trade Organization (WTO) en de World Bank. Deze informatie komt niet altijd bij ministers en CEO’s terecht. Dit platform kan deze informatie verzamelen en delen.
  3. Zorgen voor dialoog tussen de private en publieke sector. Het forum legt de link tussen overheden en het bedrijfsleven door het Hydrogen Council. Dit is een organisatie van ongeveer 150 CEO’s van de grootste bedrijven ter wereld die zich bezighouden met waterstof. In december 2023 organiseerden wij tijdens de COP28 in Dubai de eerste ronde tafel met ministers en CEO’s. Daar lanceerden we een Public-Private Action Statement, met belangrijke acties om internationale waterstofhandel te bevorderen.

Komt er ook een 2e ronde tafel van het IHTF?

Carla: Ja, op 13 mei 2024 organiseren we gelijktijdig met de World Hydrogen Summit 2024 een 2e ronde tafel. Het is een besloten evenement met maximaal 60 deelnemers. Na deze tweede ministeriële-CEO ronde tafel brengen we een persbericht met de belangrijkste conclusies uit.

Wat zijn in de toekomst de voornaamste uitdagingen voor waterstof op internationaal niveau?

Carla: De ontwikkeling van certificeringssystemen voor hernieuwbare waterstof en internationale erkenning hiervan. Landen benaderen certificering namelijk op verschillende manieren. Om de internationale handel in waterstof mogelijk te maken, is dus verbinding tussen de certificaten nodig. Afnemers van waterstof moeten weten waar en hoe de volumes zijn geproduceerd, en welke bijdrage de gekochte waterstof levert aan het verminderen van emissies. We werken in verschillende fora aan het verbinden van certificaten en overwegen pilots om te zien hoe wederzijdse erkenning in de praktijk werkt.

Rodrigo: Daarnaast gaan we voor het eerst in de geschiedenis op grote schaal hernieuwbare energie wereldwijd verhandelen. Dat is uniek. Om deze markt van de grond te tillen, zijn investeringen van bedrijven nodig. Maar zonder afnamegarantie vanuit de industrie voor de lange termijn is het lastig voor bedrijven om te investeren.

Carla: Ook gaan we een fase in van een grote opschaling. Daarom verwacht ik ook dat problemen in de bevoorradingsketen een uitdaging gaan zijn, zoals tekorten aan materialen voor elektrolysers. Als laatste is er voldoende geschoold personeel nodig.

En wat zijn in de toekomst de belangrijkste kansen?

Carla: Nederland heeft door onze kennis en innovatieve bedrijven een goede positie in de waterstofsector. Hierdoor zijn er voor Nederlandse bedrijven veel kansen. Deze moeten ze benutten. Ze moeten een voorloper zijn en niet achterblijven.

Rodrigo: Wel staat deze nieuwe markt nog in de kinderschoenen. Als bedrijven een strategische positie willen veroveren, dan zijn investeringsbeslissingen noodzakelijk. Anders lopen ze misschien mooie kansen mis om een belangrijke speler te worden in deze nieuwe internationale markt van hernieuwbare energie.

Meer informatie

Afbeeldingen

Cookie-instellingen